Wat is een lumbale kanaalstenose?

lum

Bij een lumbale kanaalstenose is er sprake van een vernauwing (stenose) van het wervelkanaal ter hoogte van de (lumbale) lendenwervels. Deze aandoening komt met name voor bij ouderen. U herkent een kanaalstenose aan de volgende symptomen

  • U heeft pijn onderin uw lage rug
  • U heeft uitstralende pijn naar een of beide benen
  • Uw klachten nemen toe van lopen en staan
  • Van zitten, bukken of hurken worden uw klachten minder
  • Uw klachten treden niet op tijdens fietsen

Wat is de oorzaak van een lumbale kanaalstenose?
De klachten van een lumbale kanaalstenose worden veroorzaakt door een vernauwing van het onderste gedeelte van het wervelkanaal. Deze vernauwing is vaak het gevolg van artrose. Artrose is een normaal verouderingsverschijnsel dat bij iedereen in meer of mindere mate optreedt. Als reactie op artrose verdikken de wervels en de bindweefselbanden van de wervelkolom. Bij slijtage/afplatting van de tussenwervelschijven kunnen deze gaan uitpuilen in het wervelkanaal. Al deze veranderingen gaan ten koste van de wijdte van het wervelkanaal. Daardoor blijft er minder ruimte over voor de zenuwwortels die vanuit het wervelkanaal/de rug naar de benen lopen.

De wijdte van het wervelkanaal is deels houdingsafhankelijk: tijdens lopen en staan is de onderrug hol en het wervelkanaal op zijn smalst. Wanneer er sprake is van artrose onderin de lage rug wordt deze ruimte nog kleiner en kan de zenuw hierdoor klem komen te zitten wat de specifieke klachten van een kanaalstenose provoceert. Door de rug bol te maken (vooroverbuigen, zitten, hurken) wordt het wervelkanaal wijder en is er meer ruimte voor de zenuwwortels: de klachten nemen dan af.

Diagnose
Wanneer blijkt dat de symptomen bij behandeling volgens de McKenzie methode toenemen zullen wij u (terug) verwijzen naar uw huisarts zodat deze u kan doorverwijzen naar de neuroloog.

De diagnose wordt vermoed op basis van het klachtenpatroon. Het neurologisch onderzoek laat soms tekenen zien van een zenuwwortel-beknelling (pijn tijdens het oprekken van de zenuw of afwijkende reflexen aan de benen), maar kan ook volledig normaal zijn. Een MRI scan van de onderrug kan aantonen of er daadwerkelijk sprake is van een abnormale vernauwing van het wervelkanaal.

mrilum

Behandeling

  1. McKenzie Therapie
  2. Injectie therapie
  3. Operatie

McKenzie Therapie
De grootste groep patiënten met een lumbale kanaalstenose heeft baat bij behandeling volgens de McKenzie methode.

Pijnbestrijding
Wanneer behandeling volgens de McKenzie Methode niet aanslaat kan ervoor gekozen worden om de klachten te behandelen met een therapeutische transforaminale epidurale injectie.

10150382_777885432223728_399235129_o

herniaimg

Het doel van deze injectie is het verminderen van de zenuw irritatie waardoor er daarna weer gestart kan worden met McKenzie therapie.
De procedure van een transforaminale epidurale injectie is als volgt en wordt ten alle tijden uitgevoerd door een anesthesist:

U ligt op uw buik op de behandeltafel. Eerst ontsmet de arts uw huid, op de plaats waar u de injectie krijgt. Onder röntgendoorlichting plaatst de arts een zeer dunne naald naast de beknelde zenuw. Vervolgens spuit hij wat contrastvloeistof in om te controleren of de naald zich op de goede plaats bevindt. Dan spuit de arts een combinatie van een plaatselijk verdovingsmiddel (Lidocaïne 2%) en een ontstekingsremmer (Decadron) in. Het kan zijn dat de pijn hierdoor even opgewekt wordt.

Direct na de injectie kan de pijn enkele uren wegblijven. Afhankelijk van de inwerking van de ontstekingsremmer blijft de pijn langere tijd weg. Indien deze behandeling niet aanslaat kan een operatie overwogen worden.

Operatie
Tijdens de operatie schuift de orthopedisch chirurg de spieren weg zodat de wervels vrij komen te liggen. De wervelbogen of een deel daarvan worden verwijderd. Deze operatie noemt men een laminectomie. Daarna worden de verdikte gele ligamenten verwijderd. Deze beide handelingen zorgen ervoor dat er weer voldoende ruimte in het wervelkanaal ontstaat.