Wat is een hernia?
Hernia nuclei pulposi, in de volksmond ook wel een hernia is een uitstulping van de zachte kern (Nucleus Pulposus) van de tussenwervelschijf (Discus). De uitstulping ook wel prolaps genoemd kan tegen het ruggenmerg of tegen een zenuw gaan drukken die daardoor geïrriteerd en/of ontstoken raakt. Dit veroorzaakt meestal pijn in een been en soms in beide benen. Druk op de zenuw hoeft geen rugpijn te geven. Bij een grote groep patiënten met een hernia zien we dus dat ze wel beenpijn hebben, maar geen rugpijn. In de literatuur worden verschillende stadia van uitstulpingen beschreven zoals op het plaatje te zien is.

4stages

Hernia’s onderin de lage rug komen bij mannen vrijwel even vaak voor als bij vrouwen. Een hernia komt zelden bij jongeren voor. In de literatuur zie je wel een toename van het aantal hernia patiënten onder jongeren. De incidentie neemt toe met de leeftijd en is het hoogst in de leeftijdscategorie van 22 tot 55 jaar. Na het 65e levensjaar zien we dat hernia’s minder frequent voorkomen.
Druk op de zenuw kan leiden tot een doof gevoel of tintelingen in het been. Ook kan het zijn dat hierdoor spieren minder goed aangestuurd worden en er een klapvoet ontstaat of dat reflexen uitvallen.
U herkent een rughernia aan de volgende symptomen

  • In de meeste gevallen heeft u bij een hernia pijn onderin de rug.
  • U heeft last van uitstralende pijn in de bil en naar een of beide benen. De pijn straalt uit tot onder de knie, soms tot in de voet.
  • Uw pijn wordt erger bij hoesten, niezen of persen.
  • U kunt tintelingen in het onderbeen en voet ervaren
  • U merkt dat u minder kracht in de voet of kuit heeft
  • De grootste groep patiënten met een hernia ervaren een toename van de klachten tijdens zitten. Bij een kleine groep zien we dat de klachten toenemen wanneer ze lopen.
  • Vooroverbuigen (bukken) met gestrekte knieën geeft ook een toename van uw klachten. Dit komt omdat dan de geïrriteerde zenuw op spanning komt.

De meeste hernia’s (90%) ontstaan tussen de 3e, 4e en 5e lendenwervel, of tussen de 5e lendenwervel en het heiligbeen. Deze tussenwervelschijven worden in ons dagelijks leven het zwaarst belast. De oorzaak voor het ontstaan van een hernia is vaak langdurige buigbelasting onderin de lage rug. Denk hierbij bijvoorbeeld aan lang zitten of werken in de tuin.
Ongeveer 1 op 8 hernia’s is een nekhernia. Nekhernia’s komen minder frequent voor omdat nekwervels nauwelijks druk te verwerken krijgen. De meest voorkomende nekhernia’s zitten tussen de 5e en de 6e (C5-6) halswervel en tussen de 6e en de 7e (C6-7),

Diagnose
Wanneer blijkt dat de symptomen bij behandeling volgens de McKenzie methode toenemen en niet te beïnvloeden zijn zullen wij u (terug) verwijzen naar uw huisarts zodat deze u kan doorverwijzen naar de neuroloog.
De diagnose wordt vermoed op basis van het klachtenpatroon. Het neurologisch onderzoek laat soms tekenen zien van een zenuwwortel-beknelling (pijn tijdens het oprekken van de zenuw of afwijkende reflexen aan de benen), maar kan ook volledig normaal zijn. Een MRI scan van de onderrug kan aantonen of er daadwerkelijk sprake is van een hernia.

Behandeling
1. McKenzie Therapie
2. Pijnbestrijding
3. Operatie

mri

McKenzie Therapie
De grootste groep patiënten met een hernia heeft baat bij behandeling volgens de McKenzie methode.

Pijnbestrijding

Wanneer behandeling volgens de McKenzie Methode niet aanslaat kan ervoor gekozen worden om de klachten te behandelen met een therapeutische transforaminale epidurale injectie.

herniaimg

Het doel van deze injectie is het verminderen van de zenuw irritatie waardoor er daarna weer gestart kan worden met McKenzie therapie.

De procedure van een transforaminale epidurale injectie is als volgt en wordt ten alle tijden uitgevoerd door een anesthesist:

U ligt op uw buik op de behandeltafel. Eerst ontsmet de arts uw huid, op de plaats waar u de injectie krijgt. Onder röntgendoorlichting plaatst de arts een zeer dunne naald naast de beknelde zenuw. Vervolgens spuit hij wat contrastvloeistof in om te controleren of de naald zich op de goede plaats bevindt.
Dan spuit de arts een combinatie van een plaatselijk verdovingsmiddel (Lidocaïne 2%) en een ontstekingsremmer (Decadron) in. Het kan zijn dat de pijn hierdoor even opgewekt wordt.
Direct na de injectie kan de pijn enkele uren wegblijven. Afhankelijk van de inwerking van de ontstekingsremmer blijft de pijn langere tijd weg.


Operatie
Als McKenzie therapie en injectie therapie niet aanslaan of als de hernia klachten progressief toenemen dan is de enige optie vaak nog een hernia-operatie. Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende operatie technieken die er op dit moment toegepast worden.

  1. Klassieke open herniaoperatie
    De naam zegt het misschien al: een klassieke open operatie is de oudste operatietechniek om een rughernia te verhelpen.Tijdens de operatie lig je op je buik op de operatietafel, met de knieën iets gebogen. De chirurg maakt een flinke snee in je rug, precies boven de hernia. Eerst maakt hij de lange rugspieren los en schuift hij ze opzij. Het gehele te opereren gebied ligt nu bloot. Vervolgens verwijdert hij de uitstulping en het versleten binnenste deel van de tussenwervelschijf. Tot slot hecht hij de operatiewond. Als het nodig is, plaats hij een drain (slangetje) in de wond om overtollig wondvocht te verwijderen. Deze kan er de volgende dag uit.De eerste uren na de operatie moet je plat op bed liggen. Meestal mag je daarna onder begeleiding uit bed. Dezelfde dag of de volgende dag komt een fysiotherapeut langs om je advies te geven over houding en bewegingen.

  2. Endoscopische herniaoperatie
    Bij een endoscopische operatie wordt de rughernia verholpen met behulp van een camera met daarbovenop een grijpertje (endoscoop). Er bestaan twee soorten endoscopische operaties: transformale endoscopische discetomie (PTED) en micro-endoscopische herniaoperatie (MED). 

    Transformale endoscopische discetomie (PTED)
    Tijdens de operatie lig je op je buik op de operatietafel, met de knieën iets gebogen. De chirurg maakt in je zij een sneetje van acht millimeter. Via de snede brengt hij vervolgens een naald in, tot de uitstulping. Over deze naald worden kleine buisjes geschoven. Deze zetten op en worden steeds wijder, tot zo’n 7,5 millimeter breed. Daarna brengt hij via de snede en de buisjes de endoscoop in. Dit is een flexibele buis met daarbovenop een camera en grijpertje. Hiermee kan de chirurg de hernia bekijken. Via de buisjes wordt de uitstulping en het versleten binnenste deel van de tussenwervelschijf weggehaald. Zodra de zenuw vrij ligt, hecht de chirurg de operatiewond. Als het nodig is, plaats hij een drain (slangetje) in de wond om overtollig wondvocht te verwijderen.

    Micro-endoscopische herniaoperatie (MED)Deze operatietechniek is sterk vergelijkbaar met de PTED. De chirurg maakt in je zij een sneetje van drie centimeter. Door middel van buisjes wordt door de rugspier heen toegang tot de hernia gemaakt. Met behulp van een endoscoop verwijdert de chirurg het uitpuilende gedeelte van de tussenwervelschijf. Ook het versleten binnenste gedeelte verwijdert hij. Tot slot sluit de chirurg de operatiewond en brengt hij eventueel een drain aan.

  3. Micro-tube herniaoperatie
    De micro-tube herniaoperatie is een afgeleide van de micro-endoscopische herniaoperatie. Bij deze techniek wordt de rughernia ook via buisjes verwijderd. Er wordt alleen een bredere en kortere buis gebruikt, waardoor het mogelijk is om met behulp van een operatiemicroscoop te opereren. Tijdens de operatie lig je op je buik op de operatietafel, met de knieën iets gebogen. De chirurg maakt een snee van ongeveer twee centimeter op de plaats van de hernia. Hierin brengt hij een dunne naald. Over deze naald worden steeds dikkere buisjes geschoven. Zo ontstaat de juiste opening en kan de hernia verwijderd worden. Terwijl de chirurg de uitstulping weghaalt, kijkt hij door een operatiemicroscoop. Zo kan hij heel nauwkeurig te werk gaan. Het kleine wondje na de ingreep sluit hij met (oplosbare) hechtingen.